fbpx

Moed om te leven

woorden: Nikolaas Sintobin beelden: Sophie de Vos

 

Bakhita wordt geboren in 1869, in een dorpje in Darfoer (Soedan). Samen met haar drie zussen en drie broers geniet ze een zorgeloze kindertijd. Totdat het meisje op achtjarige leeftijd, samen met een vriendinnetje, door Arabische slavendrijvers wordt ontvoerd. Het zijn de slavendrijvers aan wie Bakhita – ‘geluksmeisje’ in het Arabisch – haar naam te danken heeft. Na een voettocht van 1000 kilometer wordt Bakhita op een slavenmarkt verkocht. 

Het is het begin van een nachtmerrie die jaren zal duren. Nauwelijks voorstelbare mishandelingen en vernederingen, zowel lichamelijk als mentaal, zijn haar dagelijkse deel. Om nog te zwijgen over de eenzaamheid. Bakhita blijft hopen dat ze ooit zal kunnen vluchten, terug naar haar familie. Tevergeefs. Uiteindelijk vergeet ze zelfs de naam die haar ouders haar gaven en ondanks alle ellende begint ze van haar nieuwe naam te houden.

In 1883 komt Bakhita terecht in de huishouding van de Italiaanse consul in Kartoem en verhuist ze, samen met diens familie, naar Italië. In 1889 wordt de jonge vrouw officieel vrijgelaten. De lichamelijke verminkingen die ze heeft opgelopen zijn echter definitief. Zo ook de pijn en de psychische wonden. 

In Italië past Bakhita zich wonderwel aan. Ze sluit zich aan bij een gemeenschap in het noorden van het land. Hoe geschonden ze ook is, haar verlangen om voluit te leven is intact gebleven. Ze weet zich erkend en bemind en geeft op haar beurt veel aan velen. Bakhita is een hoopvolle vrouw. Haar bijzondere charisma maakt haar al snel tot een plaatselijke beroemdheid. Hoe ongewoon en voor velen zelfs schrikwekkend zo’n Afrikaanse vrouw in een Italiaans provinciestadje ook is, de mensen houden van Bakhita. Ze geven haar de koosnaam Madre Moretta, Zwarte Moeder. Aan haar vroegere mishandelingen houdt ze talrijke lichamelijke kwalen over die haar onophoudelijk pijnigen. Ook de nachtmerries over haar slavenleven blijven haar achtervolgen. Op haar sterfbed – Bakhita is dan 78 jaar oud – vraagt ze ijlend of haar kettingen iets minder hard aangespannen mogen worden, omdat ze zo’n pijn doen.   

 

Toen ik het levensverhaal van Bakhita las (Bakhita, Véronique Olmi, 2018) – gebaseerd op haar autobiografie uit 1931 – viel ik van de ene verbazing in de andere. Hoe kan dit? Dat mensen een ander mens zoiets aandoen? Maar meer nog, hoe kan het dat je als mens daar zo sterk uitkomt? Een studente vroeg Bakhita ooit wat ze zou doen mocht ze haar kidnappers en beulen opnieuw ontmoeten. Ze antwoordde dat ze op haar knieën zou vallen en hen de handen zou kussen. Immers, zonder die kinderroof zou ze nooit in Italië terechtgekomen zijn en het leven geleid hebben dat haar te beurt was gevallen.

Was Bakhita een uitzonderlijk mens? Ongetwijfeld. Nochtans leek ze geen bijzondere talenten te hebben. Ze leefde, alvast aan de buitenkant, het leven van een Italiaanse volksvrouw. Ze deed wat andere gewone mensen doen. Niets leek haar voor te bestemmen om uiteindelijk een wereldwijde beroemdheid te worden, een inspiratiebron voor talloze mensen. Mij heeft ze veel geleerd over wat het voor een mens kan betekenen om moedig te zijn.

Wat is dat, moed?

Moed is iets anders dan roekeloosheid. Die maakt blind voor gevaren en kan je verleiden tot om het even wat, domme dingen incluis. Roekeloosheid helpt je niet vooruit. Moed is ook iets anders dan durf of lef. Daar kan je tot op zekere hoogte voor kiezen. Zo niet voor moed. Moed is ook weer niet een aangeboren karaktereigenschap, iets dat je al of niet hebt, eens en voorgoed. Moed krijg je, ontvang je. 

Onze eigen taal leert ons veel over wat moed is. Je kan iemand moed inspreken of goede moed toewensen. Een ervaring kan je bemoedigen of moed geven. Je kan ook ergens moed uit putten. Soms tot je eigen verwondering. Moed is niet voor eens en altijd. Je springt er best omzichtig mee om. Je kan immers de moed verliezen. De moed kan je in de schoenen zakken. Je kan moedeloos of ontmoedigd worden. Hoe sterk ook, moed heeft iets kwetsbaars.

Een klein kind, een zwaar zieke of een mens met allerhande beperkingen kan erg moedig zijn. Het omgekeerde kan waar zijn voor iemand die alle mogelijke talenten bezit en het leven lijkt toe te lachen. Moed kan mensen tot indrukwekkende prestaties brengen. Vaak is moed nauwelijks zichtbaar. Je merkt pas hoe moedig iemand is als je die persoon van dichtbij leert kennen.

Moed wordt positief gewaardeerd. We kijken op naar moedige mensen. Moedig handelen is goed handelen. Moed is iets wat de kwaliteit van het leven van een mens gunstig beïnvloedt. Moed gaat niet over uiterlijkheden of oppervlakkige dingen. Moed gaat over waar het echt op aan komt in het leven. Moed zegt iets over de wijze waarop een mens zich opstelt of gedraagt als het leven niet makkelijk is. Moed neemt verlammende angst weg en geeft rust en vertrouwen. Het helpt je om de juiste keuzes te maken. Gewoonlijk is moedig handelen iets dat ook achteraf een goede nasmaak heeft. Het is goed om moedig te zijn.

 

Bijzonder is dat men soms van een groep of een volk zegt dat ze moedig zijn. Blijkbaar kan moed worden doorgegeven van de ene persoon aan de andere en van de ene generatie aan de volgende. Dit lijkt erop te wijzen dat moed een levenshouding is waarin een mens zich kan oefenen en die je vervolgens kan doorgeven aan anderen. Moedig zijn is iets wat je, alvast tot op zekere hoogte, kan leren

Wat is dat toch, moed? Wat betekent het, voor een gewoon mens, om moedig in het leven te staan?

Moed zegt iets over leven in de werkelijkheid die de jouwe is. Die is vaak heel verschillend van wat je spontaan zou kiezen. Moed heeft te maken met ‘ja’ kunnen zeggen tegen het leven. Niet tegen het leven zoals je het gedroomd had. Dat bestaat niet. Wel het leven zoals het is. Met zijn zonnekant en zijn schaduwkant. Met zijn mogelijkheden en zijn beperkingen. Met het verleden zoals het is, en met de toekomst zoals deze zich aandient.

Moed betekent dat je, met beide benen op de grond van je eigen verhaal, bewust en zo vrij als mogelijk naar de volgende hoofdstukken toegaat. Moed maakt het mogelijk dat je nieuwe kansen ziet en je niet blindstaart op wat niet of wel is, maar anders is dan jij had gewenst.

Op alpenwegen kom je soms metalen roosters tegen, met daaronder een leegte of diepte. Ze zijn bedoeld om koeien tegen te houden. Die zien enkel een onoverkomelijke afgrond en kunnen niet bedenken dat je daar, via het rooster, overheen kan. Mensen weten beter en stappen gewoon verder, over de belemmering heen de berg op. Moedig zijn wil niet zeggen dat de scherpe en soms objectief ondraaglijke kanten van je leven als sneeuw voor de zon verdwijnen. Wel dat je niet toelaat dat zij de bovenkant krijgen en je verlammen.

Levensmoed maakt het mogelijk om aandacht te ontwikkelen voor wat wél haalbaar is. Aandacht voor het mooie, het goede, de vriendschap en de liefde, zoals en waar ze zich aandienen. Die moed geeft levensvreugde. Vaak bescheiden en niet om over naar huis te schrijven. Maar wel steeds weer, want verankerd in de werkelijkheid van het leven zoals het is. Die moed kan vleugels geven die het mogelijk maken om hindernissen te nemen en verder en hoger te vliegen dan objectief denkbaar lijkt. Tot je eigen verwondering en niettegenstaande een soms ondraaglijke ballast die je moet meeslepen. Denk aan Bakhita.

Zoals zij, kan je dan geleidelijk aan het leven meer als een geschenk gaan ervaren. Als een kans, als een voortdurende uitnodiging die je zomaar in de schoot wordt geworpen. Als een geurende roos, ook al zitten en blijven er doornen aan, en heeft die roos mogelijk een kleur die je anders had gewild.

De voldoening die een moedig leven je kan geven doet je scherper beseffen dat je ook niet had kunnen bestaan. Dan had je niet de tegenspoed gekend waar je nooit om hebt gevraagd. Maar evenmin de mooie dingen die je nu wel mag ervaren of de kansen die je ondanks alles toch maar krijgt. Hoe eenvoudig en schijnbaar onbenullig ook. Geluk ligt nu eenmaal niet zozeer in de feiten zelf maar in de wijze waarop je ernaar kijkt en ermee omgaat. 

 

Moed doet je groeien als mens. Ze nodigt je uit om nieuwe, onbekende wegen te bewandelen. Niet omdat je moet. Wel omdat je mag en omdat het goed is. Omdat het leven, zo onvoorspelbaar als het is, uiteindelijk mooi blijkt te zijn. Omdat het de moeite waard is om te proberen. Zo beschouwd is moed een houding van vertrouwen. Soms tegen beter weten in. Moed belet niet dat je kan vallen, vaker dan je lief is.

Moed heeft iets zelfbevestigends. Het is maar door het erop te wagen, dat je merkt dat ook jij het kan. Moed duwt, telkens weer, zachtjes in de richting van het toch maar proberen. Van springen en geloven dat je zal worden opgevangen. Van loslaten om te kunnen ontvangen. In de hoop en het vertrouwen dat de moeizaamheid van pijn en verdriet, hoe hardnekkig ook, niet het laatste woord heeft. Moed wijst de richting van het leven. 

×

Winkelmand

DANKJEWEL

voor je interesse!

We houden je graag op de hoogte.