UIT EDITIE 9

FIER

woorden: Leontien Wegman
beeld: Alegria van der Zande

In Vlaanderen hebben ze mooie woorden voor fijne dingen. Een beetje van hier naar daar zwerven, zonder een vooraf bepaald doel, heet daar tsjolen. De entree van een huis wordt de inkom genoemd. Dikwijls, dat is in België dikkels. En trots, dat noemen ze bij onze Zuiderburen fier. Fier is hetzelfde als frank, ferm, sterk en ongebukt. De Vlaamse taal is een gedicht op zich.

Tegen mijn kind zeg ik met enige regelmaat dat ik trots op haar ben. Vaak wanneer er niets bijzonders aan vooraf ging. In het voorbijgaan aai ik haar over d’r hoofd. En zeg het. Wanneer we hand in hand wandelen, zwijgend. Of nadat ik haar ongemerkt observeer wanneer ze fietst of haar skateboard bedwingt. In Nederland betekent trots ook arrogant, flink, geringschattend of dat je een bluffer bent. Geen van die woorden dekt de lading waar het mijn kind betreft.

Sinds haar peutertijd leeft zij in twee werelden die als dag en nacht van elkaar verschillen; de wereld bij mij thuis, en die bij haar vader. Bij iedere wissel van huishouden maakt mijn dochter van tien een denkbeeldige reis. Helemaal van, laten we zeggen, Japan naar Vlieland. Die reis maakt ze altijd volkomen alleen, van binnen. En als ze fysiek geland is bij de andere ouder, doet het acclimatiseren pijn. Nog steeds, na acht jaar.

Wanneer ik zeg dat ik trots op haar ben, vraagt ze wat ik bedoel. Wat ik haar zeggen wil is niet dat ze flink is, eigendunk heeft of dapper is. Ik vertel haar dat ik bedoel dat ze ‘groot’ is van binnen. Dat ze veel kan. Dat het leven voor haar niet makkelijk is, maar dat ze een doorzetter is. Die een verdriet heeft dat ze maar heel soms laat zien. Maar dat dat zo groot is dan. En zo diep. 

Een droefenis zo ver als, laten we zeggen, de afstand van Japan tot Vlieland.

Trots ben ik op haar om hoe ze leeft, met al die gevoelens. De grote en de kleine. In dat mooie, ferme, sterke meisjeslijf. Eigenlijk ben ik gewoonweg fier op haar. Groots.

Ze is recht van lijf en leden. Beschadigd van binnen. Maar ongebukt gaat zij naar school, naar sport, naar buiten; de wereld tegemoet. Nobel. En met opgeheven kin. Die soms trilt van onzekerheid. Een Vlaamse reus, dat is ze. In miniformaat.