UIT EDITIE 10

De kracht van stilte

woorden: Helma de Hollander 
beeld: Mélisse

Starend naar het plafond tel ik de logge slagen. Na zes keer blijft het stil. Ik lig en wacht tot het klokje van de andere kerk in ons dorp het voorbeeld volgt. Alle jaren dat we hier wonen lopen haar wijzers net iets achter. In schoonheid van luiden echter, loopt zij voorop.

Zo zacht mogelijk zet ik mijn voeten naast het bed. In de badkamer poets ik mijn tanden. Een dag kan niet beginnen zonder de smaak van mint, die niet alleen mijn mond verfrist, maar op sommige ochtenden ook de zwaarte uit mijn keel doet verdwijnen.

Beneden in de woonkamer ligt Fauve op me te wachten. Ik aai haar donzige vacht. Ze rolt op haar rug en geeft zich over aan het moment. Vier pootjes in de lucht. Ze geniet zichtbaar. Wanneer ik opsta, huppelt ze achter me aan in de richting van de bijkeuken. Eerst een plas buiten bij de boom en dan iets lekkers. Het is inmiddels een gewoonte. Zij keert terug naar de comfortabele bank, ik kniel neer voor de wasmachine om het vuile goed te sorteren.

Daarna haal ik wat droog is van het rek en vouw het op. Vier stapels naast elkaar, een voor elk van de kinderen. Het schone wasgoed van Ton en mij een plank lager. Intussen luister ik naar een kakofonie van gedachten. Hoe kan ik hem als moeder doen voelen dat hij er als mens volledig mag zijn? Altijd al. In alles. Met alles. Dat hij absoluut niet dom is of ziek in zijn hoofd, zoals iemand hem bruut voor de voeten heeft geworpen.

Uit de kast in de keuken pak ik een glas. Ik vul het met lauw water en druk op de knop van het koffiezetapparaat, dat zichzelf vervolgens kreunend opwarmt. De geur van espresso brengt kalmte. Net zoals de stoel bij het raam, als baken in al mijn ochtenden. Stilte. Alleen met mijn gedachten. Ik sluit mijn ogen en leg mijn handen op mijn buik. Mijn hoofd komt tot bedaren. Het geluid van zingende vogels in de tuin laat de stilte stralen.

Boven ligt hij te slapen. Mijn mooie, jongste zoon die bijna zestien jaar geleden in Guatemala geboren werd. Die vanaf zijn tweede levensdag de vertrouwde geur van zijn moeder kwijtraakte. En alleen in een bedje achterbleef. De volmaakte liefde omarmt ons. Ze vult de leegte van het gat dat die dag geslagen werd. Ze stroomt als vertrouwen door de diepte van mijn buik, zacht fluisterend dat het goed zal komen.