Dankbaarheid als weg naar rust in jezelf en naar anderen

Ik herinner het me haarfijn, ook al is het lang geleden. Ik snapte het niet. Een compliment krijgen vond ik heel leuk. Toch wist ik niet wat ik ermee moest. Ik dacht namelijk dat het verwaand was om op een compliment in te gaan. Zoiets als “Goed van jou, jij hebt tenminste gezien hoe goed ik hier of daar wel in ben.” Vaak deed ik dan maar alsof mijn neus bloedde en reageerde helemaal niet op het compliment dat ik maar al te goed gehoord had. Die reactie liet elke keer opnieuw een onaangename nasmaak bij mij na. Het maakte me onrustig.

Intussen ben ik heel wat jaren ouder en heb ik een andere manier ontdekt om hiermee om te gaan. Het krijgen van een complimentje doet me nog steeds plezier. Het maakt me echter niet langer verlegen. In plaats van te zwijgen ga ik nu de gever van dat compliment meteen uitdrukkelijk danken. Die houding van dankbaarheid maakt de werking van het compliment enkel maar sterker. Bovendien is de nasmaak van deze wijze van omgaan met complimenten nu positief.

 

_DSC2190-CMYK-Desiree-Meijer-Dankbaarheid01

 

Dankbaarheid: iedereen weet uit eigen ervaring waar het over gaat. Tegelijk vinden de meeste mensen het moeilijk om onder woorden te brengen wat dankbaarheid precies is.  Ik denk dat iedereen het ermee eens is dat dankbaarheid iets positief is. Het is een gevoel dat deugd doet. Dankbaarheid maakt blij. Het doet goed als je dankbaar bent. Dankbaarheid is niet alleen teken van geluk. Het is ook bron van geluk.

Ook duidelijk lijkt me dat je normaliter niet jezelf dankbaar bent. Je bent een ander dankbaar, iets of iemand, buiten je eigen persoon: een mens, een situatie, een gebeurtenis, het lot, God, enzovoort. Zo kan je iemand dankbaar zijn omdat die je geholpen heeft. Je kan je huisdier dankbaar zijn omdat het je zoveel vriendschap geeft. Dankbaarheid kan je ook voelen omdat je gezond of muzikaal bent. Omdat het tijdens je vakantie mooi weer was. Of omdat je heelhuids uit een verkeersongeluk bent gekomen.

Bijzonder is hoe ver sommigen gaan in die dankbaarheid. Ze kunnen zich dankbaar voelen om zaken die de meeste mensen als negatief ervaren. Zo ontmoette ik ooit een oude man die met de jaren blind was geworden. Tot mijn verbazing vertelde hij me dat hij zich daar zo dankbaar om voelde. Zijn blindheid had namelijk zijn liefde voor zijn vrouw die voor hem zorgde danig versterkt. Dankbaarheid hoeft blijkbaar niet steeds te gaan over leuke dingen.

 

_DSC2195-CMYK-Desiree-Meijer-Dankbaarheid03

 

Een ander aspect van dankbaarheid is wat ingewikkelder. Aan de ene kant is het iets dat je kan leren. Dankbaar zijn heeft te maken met aandacht. Het is een gevoeligheid die je tot op zekere hoogte kan ontwikkelen en verfijnen. Niet voor niets besteden ouders vaak veel energie om hun kinderen te leren dankbaar te zijn. Tegelijk is dankbaarheid iets wat je ontsnapt. Je kan niet zomaar beslissen om dankbaar te zijn. Dankbaarheid is iets wat je overkomt. Het welt in je op.  Vaak is dankbaarheid iets wat je gegeven wordt, zoals veel goede dingen in het leven. Soms tot je eigen verwondering.

Een laatste, wel heel bijzonder, kenmerk van dankbaarheid is dat dankbaarheid meer lijkt voor te komen bij mensen die weinig hebben dan bij mensen die veel hebben. Arme, zieke of eenzame mensen lijken vaak een bijzonder vermogen te hebben om dankbaar te zijn voor de kleine dingen die hen te beurt vallen. Rijke, gezonde of beroemde mensen, daarentegen, lijken nogal eens weinig dankbaar te zijn voor de goede dingen die hen, vaak in overdaad, in de schoot worden geworpen.  Vaak groeit en bloeit dankbaarheid weliger op een bodem van armoede en gebrek dan op een bodem van rijkdom en overvloed. Misschien zegt dit wel iets fundamenteel over wat het betekent mens te zijn.

Dankbaarheid is een deugddoend gevoel dat je niet zomaar op bevel kan oproepen. Toch heeft het, ook, te maken met aandacht: aandacht voor wie of wat gedurende een gewone dag in je ziel vreugde, rust, vertrouwen, blijheid, verbondenheid, openheid, gedrevenheid, enzovoort teweegbrengt. Soms sterk. Meestal subtiel en nauwelijks merkbaar. Die aandacht is iets wat je kan oefenen. Gewoon je eens of tweemaal per dag de vraag stellen: waar heb ik de voorbije uren iets ervaren van die deugddoende gevoelens. Oefening baart kunst. Ook inzake innerlijke gevoeligheid en dus vermogen tot dankbaarheid.

 

 

Het is zinvol om bij zo’n aandachtsonderzoek niet zozeer te focussen op feiten maar op gevoelens. Eerst dus de positieve gevoelens zelf opzoeken, en pas in een tweede beweging die gaan linken aan de feiten die ze hebben veroorzaakt. Dan kan je ontdekken dat er in je leven gebeurtenissen of ervaringen zijn die voor jou bron van dankbaarheid vormen, soms zonder dat je dit echt besefte. Ga je je daarentegen meteen toespitsten op feiten, dan is de kans groot dat je vooral gaat vissen in de vijver van reeds vertrouwde ervaringen. Zo kan je er bijvoorbeeld achter komen dat contact met de natuur je diepe rust geeft, terwijl je daar nooit echt had bij stil gestaan. Mogelijks kan je daar dan uit besluiten dat je hier best meer tijd voor vrijmaakt. Zo kan aandacht voor dankbaarheid een wegwijzer zijn naar een meer vervullend leven. 

We zagen al dat dankbaarheid vaak te maken heeft met verbondenheid met andere mensen. Dit raakt aan de kern van ons menszijn. Mensen zijn graag zelfstandig. We willen onze eigen boontjes kunnen doppen, liever dan afhankelijk te zijn van anderen. Als we echter eerlijk zijn met onszelf, moeten we toch toegeven dat we niet voldoende hebben aan onszelf. We hebben medemensen nodig om gelukkig te zijn.

Vaak is deze ervaring van verbondenheid en afhankelijkheid sterker ontwikkeld bij eenvoudige en bescheiden mensen. Die hebben er vaak minder problemen mee om toe te geven dat er van alles is dat ze niet hebben of kunnen. Meer nog, dat ze kwetsbaar en gekwetst zijn, ver van volmaakt. Dit kan de weg effenen naar een grotere openheid naar andere mensen. Het versterkt de onderlinge verbondenheid.  Ontvangen van een ander wordt makkelijker. Net als geven trouwens. De uitgestoken hand is dan geen uiting van persoonlijk falen. Samen wordt dan synoniem van verbondenheid, van gedeelde vreugde en steeds opnieuw reden tot dankbaarheid.

Als je daarentegen meent alles zelf in huis te hebben, kan je makkelijk verdwalen in de zoete leugen van de zelfgenoegzaamheid. Dan kom je snel tot de conclusie dat je de ander eigenlijk niet nodig hebt. Dat je het zelf beter kan. Dat het niet wenselijk is om van anderen te leren, te ontvangen of om met hen samen te werken. Dan komt eenzaamheid snel om de hoek kijken en wordt dankbaarheid wel erg moeilijk. 

Met deze houding doet een mens zichzelf geweld aan. Het is niet waar dat je alles zelf in huis hebt en eigenlijk kan je ook niet zonder die ander. Een mens bestaat slechts in de mate waarin hij betrokken is bij anderen. Zozeer als dankbaarheid een mens gelukkig maakt, zozeer maakt een levenshouding die afsluit van dankbaarheid een mens uiteindelijk ongelukkig. Ook al zal de zelfgenoegzame mens dit niet willen toegeven, opgesloten als hij zit in de kooi van zijn vermeende volmaaktheid.

Voor sommige mensen wordt dankbaarheid een wijze van in het leven staan. Dankbaarheid lijkt met de jaren diep in hun hart gegrift te zijn.  Zij kunnen dankbaar zijn zonder dat daar een bijzondere aanleiding toe bestaat. Zij kunnen zomaar blij zijn. Zij hebben geleerd het leven te ervaren als een geschenk. Zij hebben ontdekt dat je zo kan kijken naar mensen en dingen, jezelf incluis, dat je er steeds weer iets van schoonheid of goedheid in kan ontwaren. 

Je merkt het, dankbaarheid is inderdaad niet zomaar te vatten. Misschien is het wel daarom dat de ongrijpbare dankbaarheid me soms doet denken aan die even mysterieuze Eros. In de oude Griekse mythologie is Eros de god van het verlangen. Hij is geboren op hetzelfde ogenblik als Aphrodite, de godin van de schoonheid.  Daarom is Eros zo gevoelig voor schoonheid. Zo ook heeft dankbaarheid een fijne neus voor schoonheid en goedheid. Net als de eeuwig creatieve en gedreven Eros, ziet dankbaarheid alsmaar nieuwe mogelijkheden en kan zij steeds fijner en subtieler worden. Eros heeft echter ook iets tragisch. Hij weet zijn einddoel nooit helemaal te bereiken. Daardoor is hij veroordeeld tot eeuwige onrust en frustratie. Dat is de grote beperking van Eros die ook wel pakliefde wordt genoemd.  Hier ligt het verschil tussen Eros en dankbaarheid. Dankbaarheid neemt niet maar geeft. Dankbaarheid is niet angstig jaloers maar mild en genereus. Daarom is dankbaarheid zo vervullend en geeft zij rust.