In gesprek met

Yfke Metz

woorden: Dorien Dijkhuis beelden: Petrina Derksen

Geduld is een schone zaak, zeggen ze. Voor Yfke Metz had die uitdrukking altijd een extra betekenis: als ze geduld had, zou ze weer ‘schoon’ worden, vrij van het eczeem dat ervoor zorgt dat ze non-stop jeuk heeft en dat sporen heeft nagelaten in de huid van haar gezicht. ‘Als ik ooit een boek schrijf over mijn leven, zal dat “Het leven is jeuk” heten.’ Ze lacht er hartelijk om. Die zelfspot tekent haar. Want ondanks de heftige jeuk die haar voortdurend kwelt en die voor zoveel pijn en ongemak in haar leven zorgt, ziet ze ook hoe mooi het leven is. Ze lacht veel, maar er was een tijd dat ze helemaal niet lachte. Tijdens de zwangerschappen en na de geboortes van haar kinderen Levi en Jade ging het niet goed met haar. ‘Ik had als kind al last van eczeem’, zegt ze, ‘maartijdens de zwangerschappen werd het nog veel erger.

Alleen de wind deed al teveel pijn aan mijn huid. ‘s Nachts hield ik mezelf wakker omdat ik bang was dat ik mezelf open zou krabben. De jeuk putte me volledig uit.’ Ze was net moeder, maar kon daar niet van genieten. De jeuk, pijn en vermoeidheid beheersten alles. Dit jaar kon ze voor het eerst de babyfoto’s terugkijken zonder verdrietig te worden. ‘Dat was lange tijd te confronterend, omdat ik die baby- en peutertijd voor mijn gevoel volledig heb gemist. Robert, mijn man, wijst me er dan op dat ík degene ben die al die foto’s heeft gemaakt. Dat ik er dus wel degelijk bij was. Maar ik was er niet zoals ik er had willen zijn: als gezonde gelukkige moeder die voor haar kinderen zorgde. Dat kon ik niet. Mijn handen waren zo kapot dat ik ze niet eens kon vasthouden, laat staan wassen. Ik was in die tijd alleen maar aan het overleven.’

Drie jaar lang was ze zo ziek dat ze niet buiten kwam. In de winter sprong haar huid open van de kou en in de zomer waren het de warmte en de pollen die zorgden voor verschrikkelijke jeukaanvallen. Sinds haar negende volgde ze allerlei therapieën en probeerde ze talloze middelen, maar niets kon haar van het eczeem afhelpen. ‘De dermatoloog in het ziekenhuis zei dat ik ermee moest leren leven. Maar ik had geen idee hoe dat moest. De jeuk beheerste alles.’
Zelf wist ze dat er een oorzaak moest zijn. Soms kon ze die zelfs voelen, op een plek in haar buik. Maar in het ziekenhuis zeiden ze dat het niet aan voeding lag. Na eigen speurwerk op internet bleek ze coeliakie te hebben. ‘Niemand had aan glutenintolerantie gedacht, omdat ik geen andere symptomen van de ziekte vertoon. Maar ik heb dus de ziekte van Dühring, de huidziekte die gepaard kan gaan met coeliakie. Daarnaast bleek ik allergisch voor verschillende andere voedingsmiddelen en ingrediënten.’
Toen ze begon met een streng dieet, knapte haar huid al snel wat op. Maar helemaal weg waren het eczeem en de jeuk nooit. Nog steeds niet. Soms wrijft ze snel met haar handen over haar gezicht wanneer de jeuk zo erg wordt dat ze het niet meer kan negeren. Bij tijden gaat het beter met haar en heeft ze meer energie, zoals nu. Dan kan ze redelijk normaal functioneren. Maar er zijn dingen die ze nooit kan. Met haar gezin op vakantie gaan bijvoorbeeld. ‘In een tent slapen gaat niet. Dan krijg ik binnen de kortste keren een verschrikkelijke jeukaanval. Hetzelfde geldt voor vakantiehuisjes. Die zijn vaak veel stoffiger dan ze er op het eerste gezicht uitzien. Omdat we het belangrijk vinden dat de kinderen wel op vakantie gaan, gaat Robert met ze kamperen. Ik blijf dan thuis. Ik moet er niet te lang bij stilstaan dat ik nooit met die hummeltjes op vakantie ben geweest. Ze worden groter. Het maakt me verdrietig dat we die mooie en dierbare ervaringen straks niet gedeeld hebben samen.’

Toch heeft de ziekte haar ook mooie dingen opgeleverd. ‘Het klinkt misschien vreemd’, zegt ze. ‘Drie jaar lang was ik zo ziek dat ik niet buiten kwam. Dat was vreselijk. Maar ik zal nooit het moment vergeten dat ik na al die tijd voor het eerst weer buiten kwam. Dat was zo mooi… De lucht te voelen, de vogels en de wind in de bomen te horen, de geur van de grond te ruiken, alles te ervaren alsof het voor het eerst was… Wie maakt zoiets nou op volwassen leeftijd bewust mee? Omdat ik niet altijd alles zomaar kan doen, is voor mij niets vanzelfsprekend. Dat heeft ook iets moois. Daar ben ik dankbaar voor.’ Iets anders dat er zonder ziek zijn niet geweest was, is haar grote droom: een eigen tijdschrift. Die droom ontstond in de loop der jaren. Yfke: ‘Het zaadje werd geplant in het ziekenhuis, in de wachtkamer van de dermatoloog. Ik heb altijd erg van tijdschriften gehouden. Wachtend op mijn afspraak, zat ik dan wat in glossy’s te bladeren. Per pagina werd ik ongelukkiger. Ik zag al die wondervrouwen met haast buitenaards mooie huidjes in reclames en reportages en dacht: daar lijk ik helemaal niet op. Ik was met het laatste beetje energie naar het ziekenhuis gekomen en zat daar weggedoken in mijn jas, hopend dat niemand mijn kapotte huid zag. Dat maakte me boos, want het waren nu juist die magazines die het beeld in mijn hoofd hadden gecreëerd van hoe ik er als vrouw dacht te moeten uitzien. Daar begon het verlangen te groeien naar een ander soort tijdschrift. Een magazine zonder reclames en waarin het allemaal niet zo perfect hoeft te zijn.’
Het zaadje was geplant, maar kwam pas tot bloei na een nieuwe rotperiode in haar leven. ‘Zes jaar geleden begon ik zichtbaar te herstellen dankzij het strenge dieet waaraan ik me hield. Misschien ontstond er daardoor ruimte in mijn hoofd, ik weet het niet. Maar ik begon me plotseling erg te schamen voor mijn uiterlijk. Voor de groeven die het eczeem in mijn gezicht had achtergelaten. De schaamte was zo groot dat ik niet naar buiten durfde. Niet eens om ’s avonds de container langs de weg te zetten. Stel dat ik de buren tegenkwam.’

Vier jaar geleden besloot ze dat het zo niet langer kon. ‘Wás ik eindelijk aan de beterende hand, was ik ongelukkig. Dat mocht gewoon niet gebeuren. Bovendien, ik wilde niet dat mijn kinderen opgroeiden met een moeder die zich voor zichzelf schaamt. Dat voorbeeld wilde ik niet geven. Dus besloot ik van mezelf te leren houden.’
Dat ging niet over één nacht ijs. Als ze erover vertelt, moet ze soms hard lachen om de dingen die ze allemaal deed om haar doel te bereiken: de dag beginnen met een zonnegroet, positieve teksten op plakkers schrijven en in huis ophangen, affirmaties opzeggen, positieve brieven schrijven aan zichzelf… Dan is ze plotseling ernstig: ‘De grootste beproeving was om mezelf in de spiegel aan te kijken. Dat had ik lange tijd niet gedaan uit angst voor wat ik zou zien.’ Het was moeilijk, maar toen ze eenmaal voor die spiegel stond en zichzelf dwong zichzelf in de ogen te kijken, gebeurde er iets bijzonders: ze zag wie ze diep vanbinnen was. ‘Wanneer je jezelf in de ogen kijkt, valt de verpakking weg. Wat je dan ziet, is misschien wat sommige mensen ‘de ziel’ noemen. Ik heb ontzettend gehuild. Ik zag hoe mooi ik eigenlijk was en hoeveel pijn ik mezelf aangedaan had door zo hard en veeleisend voor mezelf te zijn. Toen ik dat gezien had, kón ik mezelf niet meer in de steek laten.’ Het gaat met vallen en opstaan. ‘Soms sta ik voor de spiegel en zie ik alleen die groeven in mijn gezicht, maar dan dwing ik mezelf het mooie te zien. Het is een keuze om op een positieve manier naar de wereld en naar mezelf te kijken. Ik sta er elke dag bij stil dat ik liever en milder voor mezelf mag zijn.’ Van zichzelf te leren houden heeft haar leven volledig veranderd, zegt ze. Het zorgde onder andere voor de vruchtbare bodem waarin haar droom kon uitgroeien

tot werkelijkheid: LIEFKE, haar eigen magazine. Eerst alleen online en sinds eind vorig jaar ook als papieren tijdschrift. Dat die droom werkelijkheid is geworden, vindt ze soms nog onbevattelijk. ‘Ik heb lang dingen gedaan die niet bij me pasten. Ik leefde vanuit mijn hoofd, niet vanuit mijn hart. Ik deed de dingen waarvan ik dacht dat ze van me werden verwacht: carrière maken in commerciële bedrijven, een studie ernaast volgen… En dat terwijl ik vroeger juist heel creatief was. Ik was altijd dingen aan het maken en ik speelde veel in de natuur. Dat is nu helemaal terug. Ik zit hier op mijn plek. Ik ontmoet zoveel bijzondere mensen en geniet er ontzettend van om dit blad met een fijne groep mensen te maken.’
Aan de andere kant brengt het ook zorgen met zich mee. Ze weet nooit of ze weer ziek wordt. Zoals na de lancering van het eerste nummer. ‘Toen ging het eigenlijk heel goed met me. Mijn huid was veel beter en de groeven in mijn gezicht waren minder diep. Maar na de lancering kreeg ik een huidinfectie die me dwong alles uit mijn handen te laten vallen. Terwijl er van alles moest gebeuren: het magazine moest een goede landing krijgen, de tweede editie moest worden opgezet… Het is heel frustrerend om telkens door mijn lichaam te worden teruggefloten terwijl ik zo graag verder wil. Maar ik weet dat ik me eraan over moet geven. Hoe eerder ik dat doe, hoe sneller ik erna weer verder kan. Daar heb ik telkens ontzettend veel geduld voor nodig.’ Geduld. Als íemand weet wat dat woord betekent, is het Yfke Metz. Sinds haar negende wacht ze op genezing. Daarmee én met het feit dat ze steeds een pas op de plaats moet maken omdat haar lichaam ‘stop’ zegt, heeft ze een ongelofelijke dosis geduld ontwikkeld. En toch bleek het woord nog een kant te hebben die ze niet kende. ‘Ik heb sinds ik klein was talloze therapeuten gehad en tientallen therapieën en middelen geprobeerd.

Telkens vestigde ik mijn hoop op een nieuwe mogelijke oplossing. En telkens was er die teleurstelling wanneer het weer niet bleek te helpen. Begin dit jaar besloot ik om een heel jaar níet bezig te zijn met genezing, om te berusten in het feit dat ik dit heb. Dat joeg me aanvankelijk angst aan, want zoeken naar een oplossing gaf ook een gevoel van controle. Maar toen ik stopte met zoeken en helemaal niets meer nastreefde, gaf dat direct veel rust. Het zette het begrip geduld in een ander perspectief. Want nu ik nergens meer naar streef, gaat geduld niet over wachten. Geduld betekent nu: geduld hebben met mezelf en met wat er op het moment is. En me daaraan overgeven.’
Ze leidt een soort dubbelleven. In het ene is ze ziek en voelt ze zich vaak ellendig. In het andere heeft ze een fantastisch gezin, ontwikkelt ze zich en maakt ze een schitterend blad. Dat dat kan, komt door haar onuitputtelijke dosis positiviteit. ‘Ik had ook verbitterd kunnen raken’, zegt ze. ‘Maar er is teveel moois. In de donkerste periode van mijn leven waren er momenten dat ik niet meer wilde leven. Soms overvalt het me nog wanneer ik zo’n jeuk heb dat ik me niet kan voorstellen dat ik op deze manier nóg eens veertig jaar kan volhouden. Maar ik ben ervan overtuigd dat wat ik meemaak niet voor niets is. De dingen die ik heb geleerd door van mezelf te houden en wat eruit voortkomt, zijn niet zonder reden. Het is om andere mensen te inspireren. Dat is wat ziek zijn me heeft opgeleverd: kijken naar wat er wél is, in plaats van focussen op wat er níet is. Dat wil ik ook uitdragen met LIEFKE. Het leven is een cadeau. Er is zoveel moois. De wind door de bomen, de lach van mijn kinderen, kunst, tegen mijn man aan hangen op de bank, dingen maken, het drinken van thee… al die dingen maken het leven de moeite waard.’

Dorien Dijkhuis is freelance journalist. Ze schrijft over kunst, cultuur, reizen, eten en gezondheid. Het liefst interviewt ze mensen die bevlogen zijn over wat zij doen.

×
×

Winkelmand